provianderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of provianderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: provianderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: provianderend
Past participle - Verleden deelwoord: geproviandeerd

Cognates

See the 2 cognates of provianderen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikproviandeer
jijproviandeert
hijproviandeert
wijprovianderen
jullieprovianderen
zijprovianderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geproviandeerd
jijhebt geproviandeerd
hijheeft geproviandeerd
wijhebben geproviandeerd
julliehebben geproviandeerd
zijhebben geproviandeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikproviandeerde
jijproviandeerde
hijproviandeerde
wijproviandeerden
jullieproviandeerden
zijproviandeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geproviandeerd
jijhad geproviandeerd
hijhad geproviandeerd
wijhadden geproviandeerd
julliehadden geproviandeerd
zijhadden geproviandeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal provianderen
jijzult provianderen
hijzal provianderen
wijzullen provianderen
julliezullen provianderen
zijzullen provianderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geproviandeerd hebben
jijzult geproviandeerd hebben
hijzal geproviandeerd hebben
wijzullen geproviandeerd hebben
julliezullen geproviandeerd hebben
zijzullen geproviandeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou provianderen
jijzou provianderen
hijzou provianderen
wijzouden provianderen
julliezouden provianderen
zijzouden provianderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geproviandeerd hebben
jijzou geproviandeerd hebben
hijzou geproviandeerd hebben
wijzouden geproviandeerd hebben
julliezouden geproviandeerd hebben
zijzouden geproviandeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijproviandeer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • [...] bestond; maar nog veel minder zou het genoeg zijn als zijne landslieden, waarvan, gelijk hij zeide, nog veertien in leven waren, overkwamen, en nog veel minder was er genoeg om ons vaartuig te provianderen, als wij er een gebouwd hadden, voor eene reis naar een der vestigingen in Amerika. Dus zeide hij mij, dat hij het raadzamer achtte, als ik hem en de twee anderen nog eenig land liet omspitten en [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] hetwelk voor ons voedsel genoeg was tot aan den volgenden oogst, al waren ook al de zestien Spanjaarden bij mij geweest, of zoo wij tot eene reis gereed waren hadden wij hiermede ons ruim kunnen provianderen voor eene reis naar iedere plaats, dat is te zeggen van Amerika. Toen wij aldus ons koorn te huis gehaald hadden, gingen wij aan het vlechten van groote manden om het in te bewaren, waarin de [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

Verbs referencing "provianderen"

Swedish proviantera.

Additional Information