proosten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of proosten

The word "proosten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: proosten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: proostend
Past participle - Verleden deelwoord: geproost

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikproost
jijproost
hijproost
wijproosten
jullieproosten
zijproosten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geproost
jijhebt geproost
hijheeft geproost
wijhebben geproost
julliehebben geproost
zijhebben geproost

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikproostte
jijproostte
hijproostte
wijproostten
jullieproostten
zijproostten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geproost
jijhad geproost
hijhad geproost
wijhadden geproost
julliehadden geproost
zijhadden geproost

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal proosten
jijzult proosten
hijzal proosten
wijzullen proosten
julliezullen proosten
zijzullen proosten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geproost hebben
jijzult geproost hebben
hijzal geproost hebben
wijzullen geproost hebben
julliezullen geproost hebben
zijzullen geproost hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou proosten
jijzou proosten
hijzou proosten
wijzouden proosten
julliezouden proosten
zijzouden proosten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geproost hebben
jijzou geproost hebben
hijzou geproost hebben
wijzouden geproost hebben
julliezouden geproost hebben
zijzouden geproost hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijproost

Verbs similar to 'proosten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information