paternosteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of paternosteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: paternosteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: paternosterend
Past participle - Verleden deelwoord: gepaternosterd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpaternoster
jijpaternostert
hijpaternostert
wijpaternosteren
julliepaternosteren
zijpaternosteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gepaternosterd
jijhebt gepaternosterd
hijheeft gepaternosterd
wijhebben gepaternosterd
julliehebben gepaternosterd
zijhebben gepaternosterd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpaternosterde
jijpaternosterde
hijpaternosterde
wijpaternosterden
julliepaternosterden
zijpaternosterden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gepaternosterd
jijhad gepaternosterd
hijhad gepaternosterd
wijhadden gepaternosterd
julliehadden gepaternosterd
zijhadden gepaternosterd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal paternosteren
jijzult paternosteren
hijzal paternosteren
wijzullen paternosteren
julliezullen paternosteren
zijzullen paternosteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gepaternosterd hebben
jijzult gepaternosterd hebben
hijzal gepaternosterd hebben
wijzullen gepaternosterd hebben
julliezullen gepaternosterd hebben
zijzullen gepaternosterd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou paternosteren
jijzou paternosteren
hijzou paternosteren
wijzouden paternosteren
julliezouden paternosteren
zijzouden paternosteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gepaternosterd hebben
jijzou gepaternosterd hebben
hijzou gepaternosterd hebben
wijzouden gepaternosterd hebben
julliezouden gepaternosterd hebben
zijzouden gepaternosterd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpaternoster

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information