overzetten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overzetten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overzetten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overzettend
Past participle - Verleden deelwoord: overgezet

Cognates

See the 6 cognates of overzetten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzet over
jijzet over
hijzet over
wijzetten over
julliezetten over
zijzetten over

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overgezet
jijhebt overgezet
hijheeft overgezet
wijhebben overgezet
julliehebben overgezet
zijhebben overgezet

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzette over
jijzette over
hijzette over
wijzetten over
julliezetten over
zijzetten over

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overgezet
jijhad overgezet
hijhad overgezet
wijhadden overgezet
julliehadden overgezet
zijhadden overgezet

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overzetten
jijzult overzetten
hijzal overzetten
wijzullen overzetten
julliezullen overzetten
zijzullen overzetten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overgezet hebben
jijzult overgezet hebben
hijzal overgezet hebben
wijzullen overgezet hebben
julliezullen overgezet hebben
zijzullen overgezet hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overzetten
jijzou overzetten
hijzou overzetten
wijzouden overzetten
julliezouden overzetten
zijzouden overzetten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overgezet hebben
jijzou overgezet hebben
hijzou overgezet hebben
wijzouden overgezet hebben
julliezouden overgezet hebben
zijzouden overgezet hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzet over

Translations

  • translate, to change spoken words or written text from one language to another
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    overplaatsen
    verplaatsen
    omzetten
    vertalen

    Sample Sentences

    • [...] Hier stuitten zij op de kreek, waar zij, daar het hoog water was, niet over konden, en de matrozen in de boot riepen om bij hen te komen en hen over te zetten, gelijk ik vermoed had. Nadat deze hen overgezet hadden, zag ik, dat zij de boot een goed eind weegs in de kreek, en dus als het ware in een haven gelegd hadden; zij namen dan ook een van de drie man er uit met hen mede, en lieten er slechts twee [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch oversetten. Equivalent to over + zetten. Compare Danish oversætte, German übersetzen, Norwegian Bokmål oversette, Swedish översätta, English overset. See: Danish 'oversætte', German, old spelling 'übersetzen', Norwegian 'oversette', Swedish 'översätta', English 'overset'.

    Verbs referencing "overzetten"

    English overset, German, Pennsylvania iwwersetze, Frisian, Saterlandic uursätte.

    Additional Information