overweldigen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overweldigen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overweldigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overweldigend
Past participle - Verleden deelwoord: overweldigd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikoverweldig
jijoverweldigt
hijoverweldigt
wijoverweldigen
jullieoverweldigen
zijoverweldigen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overweldigd
jijhebt overweldigd
hijheeft overweldigd
wijhebben overweldigd
julliehebben overweldigd
zijhebben overweldigd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikoverweldigde
jijoverweldigde
hijoverweldigde
wijoverweldigden
jullieoverweldigden
zijoverweldigden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overweldigd
jijhad overweldigd
hijhad overweldigd
wijhadden overweldigd
julliehadden overweldigd
zijhadden overweldigd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overweldigen
jijzult overweldigen
hijzal overweldigen
wijzullen overweldigen
julliezullen overweldigen
zijzullen overweldigen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overweldigd hebben
jijzult overweldigd hebben
hijzal overweldigd hebben
wijzullen overweldigd hebben
julliezullen overweldigd hebben
zijzullen overweldigd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overweldigen
jijzou overweldigen
hijzou overweldigen
wijzouden overweldigen
julliezouden overweldigen
zijzouden overweldigen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overweldigd hebben
jijzou overweldigd hebben
hijzou overweldigd hebben
wijzouden overweldigd hebben
julliezouden overweldigd hebben
zijzouden overweldigd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijoverweldig

Translations

  • crush, to overcome completely
  • daunt, to overwhelm
  • deluge, to overwhelm
  • drown, to overpower
  • engulf, overwhelm
  • force, compel (someone to do something)
  • inundate, to overwhelm
  • overpower, subdue someone by superior force
  • overwhelm, overwhelm
  • overwhelm, to overpower, crush
  • succumb, to overwhelm
  • swamp, overwhelm
  • swarm, to overwhelm
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bevangen
    overmeesteren, overvallen
    overmeesteren
    onderwerpen
    verpletteren
    overstelpen

    Sample Sentences

    • [...] ontvlugting baarde mij ook veel zorg, uit vrees, dat zij, na hunnen landslieden deze tijding gebragt te hebben, misschien met twee of driehonderd kanoes terug mogten keeren, en ons door hun aantal overweldigen. Ik gaf dus mijn toestemming hen op zee te vervolgen, sprong in een der kanoes en gelastte Vrijdag mij te volgen; maar in de kanoe gekomen stond ik niet weinig verwonderd daar nog een levend wezen [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From over- + geweldig + en.

    Additional Information