overtreden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overtreden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overtreden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overtredend
Past participle - Verleden deelwoord: overtreden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikovertreed
jijovertreedt
hijovertreedt
wijovertreden
jullieovertreden
zijovertreden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overtreden
jijhebt overtreden
hijheeft overtreden
wijhebben overtreden
julliehebben overtreden
zijhebben overtreden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikovertrad
jijovertrad
hijovertrad
wijovertraden
jullieovertraden
zijovertraden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overtreden
jijhad overtreden
hijhad overtreden
wijhadden overtreden
julliehadden overtreden
zijhadden overtreden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overtreden
jijzult overtreden
hijzal overtreden
wijzullen overtreden
julliezullen overtreden
zijzullen overtreden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overtreden hebben
jijzult overtreden hebben
hijzal overtreden hebben
wijzullen overtreden hebben
julliezullen overtreden hebben
zijzullen overtreden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overtreden
jijzou overtreden
hijzou overtreden
wijzouden overtreden
julliezouden overtreden
zijzouden overtreden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overtreden hebben
jijzou overtreden hebben
hijzou overtreden hebben
wijzouden overtreden hebben
julliezouden overtreden hebben
zijzouden overtreden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijovertreed

Verbs conjugated like 'overtreden'

aantreden, aftreden, optreden, overtreden, treden, vreten,

Translations

  • break, transitive: to do that which is forbidden by (something)
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    overschrijden
    schenden, verbreken

    Sample Sentences

    • [...] mijner moeder kwamen mij voor den geest, en mijn geweten, dat nog niet zoo verhard was als naderhand, verweet mij, dat ik wijzen raad veronachtzaamd, het vaderlijk gezag miskend en Gods wetten overtreden had. (Robinson Crusoe)
    • [...] vertoonde, was ik vergezeld van den kapitein, die hun zeide, dat ik afgezonden was door den gouverneur, en dat deze gelast had, dat zij niets zouden doen zonder mijn bevel, en zoo zij dit bevel overtraden, zouden zij naar het kasteel gebragt en daar in de boeijen geslagen worden. Daar ik als gouverneur nimmer voor den dag was gekomen, verscheen ik nu als een ander persoon, en sprak waar het te pas [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch overtreden. Equivalent to over- + treden.

    Additional Information