overreiken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overreiken

The word "overreiken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overreiken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overreikend
Past participle - Verleden deelwoord: overgereikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikreik over
jijreikt over
hijreikt over
wijreiken over
julliereiken over
zijreiken over

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overgereikt
jijhebt overgereikt
hijheeft overgereikt
wijhebben overgereikt
julliehebben overgereikt
zijhebben overgereikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikreikte over
jijreikte over
hijreikte over
wijreikten over
julliereikten over
zijreikten over

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overgereikt
jijhad overgereikt
hijhad overgereikt
wijhadden overgereikt
julliehadden overgereikt
zijhadden overgereikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overreiken
jijzult overreiken
hijzal overreiken
wijzullen overreiken
julliezullen overreiken
zijzullen overreiken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overgereikt hebben
jijzult overgereikt hebben
hijzal overgereikt hebben
wijzullen overgereikt hebben
julliezullen overgereikt hebben
zijzullen overgereikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overreiken
jijzou overreiken
hijzou overreiken
wijzouden overreiken
julliezouden overreiken
zijzouden overreiken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overgereikt hebben
jijzou overgereikt hebben
hijzou overgereikt hebben
wijzouden overgereikt hebben
julliezouden overgereikt hebben
zijzouden overgereikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijreik over

Verbs similar to 'overreiken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information