ontwijden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontwijden

The word "ontwijden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontwijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontwijdend
Past participle - Verleden deelwoord: ontwijd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontwijd
jijontwijdt
hijontwijdt
wijontwijden
jullieontwijden
zijontwijden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontwijd
jijhebt ontwijd
hijheeft ontwijd
wijhebben ontwijd
julliehebben ontwijd
zijhebben ontwijd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontwijdde
jijontwijdde
hijontwijdde
wijontwijdden
jullieontwijdden
zijontwijdden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontwijd
jijhad ontwijd
hijhad ontwijd
wijhadden ontwijd
julliehadden ontwijd
zijhadden ontwijd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontwijden
jijzult ontwijden
hijzal ontwijden
wijzullen ontwijden
julliezullen ontwijden
zijzullen ontwijden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontwijd hebben
jijzult ontwijd hebben
hijzal ontwijd hebben
wijzullen ontwijd hebben
julliezullen ontwijd hebben
zijzullen ontwijd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontwijden
jijzou ontwijden
hijzou ontwijden
wijzouden ontwijden
julliezouden ontwijden
zijzouden ontwijden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontwijd hebben
jijzou ontwijd hebben
hijzou ontwijd hebben
wijzouden ontwijd hebben
julliezouden ontwijd hebben
zijzouden ontwijd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontwijd

Verbs similar to 'ontwijden'

Translations

  • desecrate, to profane or violate sacredness
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From ont- (“de-”) + wijden (“sanctify”).

    Additional Information