omranden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of omranden

The word "omranden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: omranden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: omrandend
Past participle - Verleden deelwoord: omgerand

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrand om
jijrandt om
hijrandt om
wijranden om
jullieranden om
zijranden om

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb omgerand
jijhebt omgerand
hijheeft omgerand
wijhebben omgerand
julliehebben omgerand
zijhebben omgerand

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrandde om
jijrandde om
hijrandde om
wijrandden om
jullierandden om
zijrandden om

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad omgerand
jijhad omgerand
hijhad omgerand
wijhadden omgerand
julliehadden omgerand
zijhadden omgerand

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal omranden
jijzult omranden
hijzal omranden
wijzullen omranden
julliezullen omranden
zijzullen omranden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal omgerand hebben
jijzult omgerand hebben
hijzal omgerand hebben
wijzullen omgerand hebben
julliezullen omgerand hebben
zijzullen omgerand hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou omranden
jijzou omranden
hijzou omranden
wijzouden omranden
julliezouden omranden
zijzouden omranden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou omgerand hebben
jijzou omgerand hebben
hijzou omgerand hebben
wijzouden omgerand hebben
julliezouden omgerand hebben
zijzouden omgerand hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrand om

Verbs similar to 'omranden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From om- + rand + -en.

Additional Information