mitrailleren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mitrailleren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mitrailleren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mitraillerend
Past participle - Verleden deelwoord: gemitrailleerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmitrailleer
jijmitrailleert
hijmitrailleert
wijmitrailleren
julliemitrailleren
zijmitrailleren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemitrailleerd
jijhebt gemitrailleerd
hijheeft gemitrailleerd
wijhebben gemitrailleerd
julliehebben gemitrailleerd
zijhebben gemitrailleerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmitrailleerde
jijmitrailleerde
hijmitrailleerde
wijmitrailleerden
julliemitrailleerden
zijmitrailleerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemitrailleerd
jijhad gemitrailleerd
hijhad gemitrailleerd
wijhadden gemitrailleerd
julliehadden gemitrailleerd
zijhadden gemitrailleerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mitrailleren
jijzult mitrailleren
hijzal mitrailleren
wijzullen mitrailleren
julliezullen mitrailleren
zijzullen mitrailleren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemitrailleerd hebben
jijzult gemitrailleerd hebben
hijzal gemitrailleerd hebben
wijzullen gemitrailleerd hebben
julliezullen gemitrailleerd hebben
zijzullen gemitrailleerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mitrailleren
jijzou mitrailleren
hijzou mitrailleren
wijzouden mitrailleren
julliezouden mitrailleren
zijzouden mitrailleren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemitrailleerd hebben
jijzou gemitrailleerd hebben
hijzou gemitrailleerd hebben
wijzouden gemitrailleerd hebben
julliezouden gemitrailleerd hebben
zijzouden gemitrailleerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmitrailleer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information