meewerken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of meewerken

The word "meewerken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: meewerken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: meewerkend
Past participle - Verleden deelwoord: meegewerkt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwerk mee
jijwerkt mee
hijwerkt mee
wijwerken mee
julliewerken mee
zijwerken mee

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb meegewerkt
jijhebt meegewerkt
hijheeft meegewerkt
wijhebben meegewerkt
julliehebben meegewerkt
zijhebben meegewerkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwerkte mee
jijwerkte mee
hijwerkte mee
wijwerkten mee
julliewerkten mee
zijwerkten mee

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad meegewerkt
jijhad meegewerkt
hijhad meegewerkt
wijhadden meegewerkt
julliehadden meegewerkt
zijhadden meegewerkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal meewerken
jijzult meewerken
hijzal meewerken
wijzullen meewerken
julliezullen meewerken
zijzullen meewerken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal meegewerkt hebben
jijzult meegewerkt hebben
hijzal meegewerkt hebben
wijzullen meegewerkt hebben
julliezullen meegewerkt hebben
zijzullen meegewerkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou meewerken
jijzou meewerken
hijzou meewerken
wijzouden meewerken
julliezouden meewerken
zijzouden meewerken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou meegewerkt hebben
jijzou meegewerkt hebben
hijzou meegewerkt hebben
wijzouden meegewerkt hebben
julliezouden meegewerkt hebben
zijzouden meegewerkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwerk mee

Verbs similar to 'meewerken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From mee + werken.

Additional Information