lukken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of lukken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: lukken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lukkend
Past participle - Verleden deelwoord: gelukt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

hijlukt

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

hijheeft gelukt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

hijlukte

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

hijhad gelukt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

hijzal lukken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

hijzal gelukt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

hijzou lukken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

hijzou gelukt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

Translations

  • fly, to become accepted
  • manage, to succeed at an attempt
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] mogelijk binnen in de regenmaanden. Ik had alsdan veel en gepast werk; want ik had dan de beste gelegenheid mij dingen aan te schaffen, die niet dan door handenarbeid en aanhoudende vlijt konden gelukken; ik beproefde bij voorbeeld dikwijls eene mand te vlechten; maar al de takken, die ik hiertoe vinden kon, waren zoo broos, dat zij mij niet dienen konden. Thans was het mij een groot voordeel, dat [...] (Robinson Crusoe)
    • Op deze reis verraste mijn hond eene jonge geit; ik schoot toe, en het gelukte mij het dier nog levend te redden. Ik wilde het gaarne naar huis brengen, want ik had lang gewenscht een paar geiten op te kweeken en zoo mogelijk eene kudde te bekomen, om mij tot voedsel te dienen [...] (Robinson Crusoe)
    • Hoe weinig het vervaardigen van groote potten mij nu gelukt was, slaagde ik echter beter met het maken van kleine ronde potten, schotels en dergelijke, die door de zonnewarmte zeer hard droogden. (Robinson Crusoe)
    • [...] dooden. Ik had, gelijk ik verhaald heb, in het derde jaar van mijn verblijf een jong geitje gevangen en tam gemaakt. Ik had altijd gehoopt er een bok bij te zullen bekomen; maar dit mogt mij nimmer gelukken. Eindelijk werd mijne geit oud, en ik kon het nimmer van mij verkrijgen haar te slagten, totdat zij ten laatste van ouderdom stierf. (Robinson Crusoe)
    • [...] opgegeven, en terug wilden keeren, en de kapitein wien ik mijn vermoeden mededeelde, bezweek schier van angst. Ik had echter thans eene krijgslist bedacht om hen terug te lokken, die mij volmaakt gelukte. Ik gelastte Vrijdag en den stuurman, de kleine kreek westwaarts, waar de wilden met Vrijdag bij zich aan land waren gekomen, over te trekken, en zoodra zij op eene kleine hoogte op ongeveer een [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch lucken, an alternative form of gelucken (modern gelukken), from geluc (“luck, fortune”) (modern geluk).

    Additional Information