Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: leren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lerend
Past participle - Verleden deelwoord: geleerd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | leer |
| jij | leert |
| hij | leert |
| wij | leren |
| jullie | leren |
| zij | leren |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geleerd |
| jij | hebt geleerd |
| hij | heeft geleerd |
| wij | hebben geleerd |
| jullie | hebben geleerd |
| zij | hebben geleerd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | leerde |
| jij | leerde |
| hij | leerde |
| wij | leerden |
| jullie | leerden |
| zij | leerden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geleerd |
| jij | had geleerd |
| hij | had geleerd |
| wij | hadden geleerd |
| jullie | hadden geleerd |
| zij | hadden geleerd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal leren |
| jij | zult leren |
| hij | zal leren |
| wij | zullen leren |
| jullie | zullen leren |
| zij | zullen leren |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geleerd hebben |
| jij | zult geleerd hebben |
| hij | zal geleerd hebben |
| wij | zullen geleerd hebben |
| jullie | zullen geleerd hebben |
| zij | zullen geleerd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou leren |
| jij | zou leren |
| hij | zou leren |
| wij | zouden leren |
| jullie | zouden leren |
| zij | zouden leren |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geleerd hebben |
| jij | zou geleerd hebben |
| hij | zou geleerd hebben |
| wij | zouden geleerd hebben |
| jullie | zouden geleerd hebben |
| zij | zouden geleerd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'leren'
aanberen,
aanhalen,
aanhelen,
aanhogen,
aanklagen,
aanleren,
aanmarcheren,
aanmeren,
aanrazeren,
aanschemeren,
aansmeren,
aanspelen,
aanspugen,
aantelen,
aanvegen,
aanzagen,
abandonneren,
abdiceren,
abdiqueren,
abduceren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'leren'
deren,
eren,
fleren,
heren,
keren,
legen,
lenen,
leven,
lezen,
lieren,
Translations
learn, to acquire knowledge or ability
learn, to be studying
teach, to pass on knowledge
glean, gather information in small amounts, with implied difficulty, bit by bit
study, to revise/review materials
Sample Sentences
-
[...] zijn ver boven u of ver beneden u. " Hij voegde er bij, dat ik tot den middelstand behoorde, dat is tot dien, welke den hoogsten trap onder de mindere klassen beslaat; een staat, die de ervaring hem geleerd had, dat de gelukkigste voor den mensch is; dewijl men er niet blootgesteld is aan den zwaren arbeid en de ontberingen, waaraan zij, die van hunnen handenarbeid leven, zich moeten onderwerpen, en te [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] berooven; verwijderd van de knagingen der afgunst, niet verteerd door bedekte eerzucht; aldus wandelt men welgemoed het leven door, smaakt de zuiverste geneugten des levens, gevoelt zijn geluk en leert dagelijks zijn lot meer naar waarde schatten. " Hierop drong hij ernstig en op de liefderijkste wijze er bij mij op aan, dat ik niet als een loszinnige jongen zou handelen, en mij niet in ellenden [...]
(Robinson Crusoe)
-
Mijn grootste ongeluk bij al deze avonturen, was, dat ik niet als matroos scheep ging; ik had dan wel wat zwaarder moeten werken, maar zou te gelijker tijd het scheepswerk geleerd, en mij voor onder- of opperstuurman, of zelfs voor kapitein bekwaam gemaakt hebben. Maar steeds was het mijn lot den verkeerden weg in te slaan, zoo als ook hier geschiedde. Ik had nu geld op zak [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] was het mijn lot den verkeerden weg in te slaan, zoo als ook hier geschiedde. Ik had nu geld op zak en goede kleederen aan, en wilde dus altijd als een heer scheep gaan; hier had ik niets te doen en leerde dus ook niets.
(Robinson Crusoe)
-
[...] mag ik zeggen, van al mijne avonturen, de eenigste gelukkige reis, hetgeen ik aan mijn vriend, den kapitein te danken had, van wien ik eene tamelijke kennis der wiskunde en van de stuurmanskunst leerde. Ook leerde hij mij het journaal houden, het bestek opmaken, kortom al wat een zeeman noodig heeft; want hij had even veel vermaak in mij te onderrigten, als ik in het leeren. In een woord, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] van al mijne avonturen, de eenigste gelukkige reis, hetgeen ik aan mijn vriend, den kapitein te danken had, van wien ik eene tamelijke kennis der wiskunde en van de stuurmanskunst leerde. Ook leerde hij mij het journaal houden, het bestek opmaken, kortom al wat een zeeman noodig heeft; want hij had even veel vermaak in mij te onderrigten, als ik in het leeren. In een woord, deze reis maakte van [...]
(Robinson Crusoe)
-
Hierdoor geleerd, besloot de kapitein in het vervolg voorzigtiger te zijn, en daar hij de groote boot van ons schip medegenomen had, besloot hij niet meer zonder een kompas en eenige mondbehoeften uit visschen te [...]
(Robinson Crusoe)
-
— " Dan zullen wij schieten en ze wegjagen, " zeide Xury lagchende. Hij had van Engelsche slaven wat gebroken Engelsch geleerd. Ik was blijde, dat hij zoo welgemoed was, en gaf hem een slokje uit mijn meesters likeurkistje.—Ook scheen zijn raad het verstandigst; dus lieten wij ons anker vallen en rustten dien nacht; hoewel [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] van den kapitein naar het huis van een zoo goed, braaf man als hij zelf was, die een ingenio, gelijk men het noemt, dat is, eene plantaadje en suikerfabrijk had. Ik bleef daar eenigen tijd, en leerde de wijze, waarop de suiker geteeld en gefabriceerd wordt. Ziende hoe goed de planters leefden, en hoe spoedig rijk zij werden, besloot ik, als ik er verlof toe bekomen kon, mij daar te vestigen, en [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] moet men onderstellen, dat ik thans vier jaren in Brazilië gewoond had, dat ik thans het plantaadjewerk vrij wel begon te verstaan, en vooruit te gaan in welvaart. Ik had niet alleen de taal geleerd, maar ook met mijne medeplanters bekendschap gemaakt, zoo wel als met de kooplieden van San Salvador, dat onze haven was. In mijne gesprekken had ik hun dikwijls verhaald van mijne twee reizen naar [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch leren, from Old Dutch lēren, from Proto-West Germanic *laiʀijan, from Proto-Germanic *laizijaną. See: Middle Dutch '
leren', Proto-Germanic '
*laizijaną'.
Verbs referencing "leren"
Afrikaans
leer, Danish
lære, German, old spelling
lehren, Luxembourgish
léieren, Alemannic German
lehre, Alemannic German
lére, Alemannic German
leire, Cimbrian lirnan, Cimbrian liirnan, Alemannic German
lérne, Alemannic German
lërne, Sranan
leri.
Additional Information