kruiven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kruiven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kruiven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kruivend
Past participle - Verleden deelwoord: gekruifd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkruif
jijkruift
hijkruift
wijkruiven
julliekruiven
zijkruiven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekruifd
jijhebt gekruifd
hijheeft gekruifd
wijhebben gekruifd
julliehebben gekruifd
zijhebben gekruifd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkruifde
jijkruifde
hijkruifde
wijkruifden
julliekruifden
zijkruifden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekruifd
jijhad gekruifd
hijhad gekruifd
wijhadden gekruifd
julliehadden gekruifd
zijhadden gekruifd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kruiven
jijzult kruiven
hijzal kruiven
wijzullen kruiven
julliezullen kruiven
zijzullen kruiven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekruifd hebben
jijzult gekruifd hebben
hijzal gekruifd hebben
wijzullen gekruifd hebben
julliezullen gekruifd hebben
zijzullen gekruifd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kruiven
jijzou kruiven
hijzou kruiven
wijzouden kruiven
julliezouden kruiven
zijzouden kruiven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekruifd hebben
jijzou gekruifd hebben
hijzou gekruifd hebben
wijzouden gekruifd hebben
julliezouden gekruifd hebben
zijzouden gekruifd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkruif

Verbs conjugated like 'kruiven'

aanrijven, aanschroeven, aanwuiven, afproeven, afrijven, afschroeven, aftroeven, afverven, bedroeven, behoeven, believen, dalven, derven, dieven, erven, fuiven, garven, gerieven, golven, hoeven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'kruiven'

kluiven, kruiden, kruien, kruiken, kruipen, kruisen, kuiven, bruisen, druilen, druipen,

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Attested since 1615. From Middle Dutch cruuf, cruve (“curly lock, curly, kinky hair”) (1350), from Latin curvus through metathesis.

Additional Information