koloniseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of koloniseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: koloniseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: koloniserend
Past participle - Verleden deelwoord: gekoloniseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkoloniseer
jijkoloniseert
hijkoloniseert
wijkoloniseren
julliekoloniseren
zijkoloniseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekoloniseerd
jijhebt gekoloniseerd
hijheeft gekoloniseerd
wijhebben gekoloniseerd
julliehebben gekoloniseerd
zijhebben gekoloniseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkoloniseerde
jijkoloniseerde
hijkoloniseerde
wijkoloniseerden
julliekoloniseerden
zijkoloniseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekoloniseerd
jijhad gekoloniseerd
hijhad gekoloniseerd
wijhadden gekoloniseerd
julliehadden gekoloniseerd
zijhadden gekoloniseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal koloniseren
jijzult koloniseren
hijzal koloniseren
wijzullen koloniseren
julliezullen koloniseren
zijzullen koloniseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekoloniseerd hebben
jijzult gekoloniseerd hebben
hijzal gekoloniseerd hebben
wijzullen gekoloniseerd hebben
julliezullen gekoloniseerd hebben
zijzullen gekoloniseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou koloniseren
jijzou koloniseren
hijzou koloniseren
wijzouden koloniseren
julliezouden koloniseren
zijzouden koloniseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekoloniseerd hebben
jijzou gekoloniseerd hebben
hijzou gekoloniseerd hebben
wijzouden gekoloniseerd hebben
julliezouden gekoloniseerd hebben
zijzouden gekoloniseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkoloniseer

Translations

  • colonize, to begin a new colony
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    By surface analysis, kolonie + -iseren.

    Additional Information