klasseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of klasseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: klasseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: klasserend
Past participle - Verleden deelwoord: geklasseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikklasseer
jijklasseert
hijklasseert
wijklasseren
jullieklasseren
zijklasseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geklasseerd
jijhebt geklasseerd
hijheeft geklasseerd
wijhebben geklasseerd
julliehebben geklasseerd
zijhebben geklasseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikklasseerde
jijklasseerde
hijklasseerde
wijklasseerden
jullieklasseerden
zijklasseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geklasseerd
jijhad geklasseerd
hijhad geklasseerd
wijhadden geklasseerd
julliehadden geklasseerd
zijhadden geklasseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal klasseren
jijzult klasseren
hijzal klasseren
wijzullen klasseren
julliezullen klasseren
zijzullen klasseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geklasseerd hebben
jijzult geklasseerd hebben
hijzal geklasseerd hebben
wijzullen geklasseerd hebben
julliezullen geklasseerd hebben
zijzullen geklasseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou klasseren
jijzou klasseren
hijzou klasseren
wijzouden klasseren
julliezouden klasseren
zijzouden klasseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geklasseerd hebben
jijzou geklasseerd hebben
hijzou geklasseerd hebben
wijzouden geklasseerd hebben
julliezouden geklasseerd hebben
zijzouden geklasseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijklasseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information