kartonneren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kartonneren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kartonneren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kartonnerend
Past participle - Verleden deelwoord: gekartonneerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkartonneer
jijkartonneert
hijkartonneert
wijkartonneren
julliekartonneren
zijkartonneren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekartonneerd
jijhebt gekartonneerd
hijheeft gekartonneerd
wijhebben gekartonneerd
julliehebben gekartonneerd
zijhebben gekartonneerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkartonneerde
jijkartonneerde
hijkartonneerde
wijkartonneerden
julliekartonneerden
zijkartonneerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekartonneerd
jijhad gekartonneerd
hijhad gekartonneerd
wijhadden gekartonneerd
julliehadden gekartonneerd
zijhadden gekartonneerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kartonneren
jijzult kartonneren
hijzal kartonneren
wijzullen kartonneren
julliezullen kartonneren
zijzullen kartonneren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekartonneerd hebben
jijzult gekartonneerd hebben
hijzal gekartonneerd hebben
wijzullen gekartonneerd hebben
julliezullen gekartonneerd hebben
zijzullen gekartonneerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kartonneren
jijzou kartonneren
hijzou kartonneren
wijzouden kartonneren
julliezouden kartonneren
zijzouden kartonneren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekartonneerd hebben
jijzou gekartonneerd hebben
hijzou gekartonneerd hebben
wijzouden gekartonneerd hebben
julliezouden gekartonneerd hebben
zijzouden gekartonneerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkartonneer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French cartonner. Equivalent to karton + -eren. See: French 'cartonner'.

Additional Information