islamiseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of islamiseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: islamiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: islamiserend
Past participle - Verleden deelwoord: geïslamiseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikislamiseer
jijislamiseert
hijislamiseert
wijislamiseren
jullieislamiseren
zijislamiseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geïslamiseerd
jijhebt geïslamiseerd
hijheeft geïslamiseerd
wijhebben geïslamiseerd
julliehebben geïslamiseerd
zijhebben geïslamiseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikislamiseerde
jijislamiseerde
hijislamiseerde
wijislamiseerden
jullieislamiseerden
zijislamiseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geïslamiseerd
jijhad geïslamiseerd
hijhad geïslamiseerd
wijhadden geïslamiseerd
julliehadden geïslamiseerd
zijhadden geïslamiseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal islamiseren
jijzult islamiseren
hijzal islamiseren
wijzullen islamiseren
julliezullen islamiseren
zijzullen islamiseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geïslamiseerd hebben
jijzult geïslamiseerd hebben
hijzal geïslamiseerd hebben
wijzullen geïslamiseerd hebben
julliezullen geïslamiseerd hebben
zijzullen geïslamiseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou islamiseren
jijzou islamiseren
hijzou islamiseren
wijzouden islamiseren
julliezouden islamiseren
zijzouden islamiseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geïslamiseerd hebben
jijzou geïslamiseerd hebben
hijzou geïslamiseerd hebben
wijzouden geïslamiseerd hebben
julliezouden geïslamiseerd hebben
zijzouden geïslamiseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijislamiseer

Translations

  • Islamize, convert to Islam
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information