insturen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of insturen

The word "insturen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: insturen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: insturend
Past participle - Verleden deelwoord: ingestuurd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstuur in
jijstuurt in
hijstuurt in
wijsturen in
julliesturen in
zijsturen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingestuurd
jijhebt ingestuurd
hijheeft ingestuurd
wijhebben ingestuurd
julliehebben ingestuurd
zijhebben ingestuurd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstuurde in
jijstuurde in
hijstuurde in
wijstuurden in
julliestuurden in
zijstuurden in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingestuurd
jijhad ingestuurd
hijhad ingestuurd
wijhadden ingestuurd
julliehadden ingestuurd
zijhadden ingestuurd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal insturen
jijzult insturen
hijzal insturen
wijzullen insturen
julliezullen insturen
zijzullen insturen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingestuurd hebben
jijzult ingestuurd hebben
hijzal ingestuurd hebben
wijzullen ingestuurd hebben
julliezullen ingestuurd hebben
zijzullen ingestuurd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou insturen
jijzou insturen
hijzou insturen
wijzouden insturen
julliezouden insturen
zijzouden insturen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingestuurd hebben
jijzou ingestuurd hebben
hijzou ingestuurd hebben
wijzouden ingestuurd hebben
julliezouden ingestuurd hebben
zijzouden ingestuurd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstuur in

Verbs similar to 'insturen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information