instemmen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of instemmen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: instemmen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: instemmend
Past participle - Verleden deelwoord: ingestemd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstem in
jijstemt in
hijstemt in
wijstemmen in
julliestemmen in
zijstemmen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingestemd
jijhebt ingestemd
hijheeft ingestemd
wijhebben ingestemd
julliehebben ingestemd
zijhebben ingestemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstemde in
jijstemde in
hijstemde in
wijstemden in
julliestemden in
zijstemden in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingestemd
jijhad ingestemd
hijhad ingestemd
wijhadden ingestemd
julliehadden ingestemd
zijhadden ingestemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal instemmen
jijzult instemmen
hijzal instemmen
wijzullen instemmen
julliezullen instemmen
zijzullen instemmen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingestemd hebben
jijzult ingestemd hebben
hijzal ingestemd hebben
wijzullen ingestemd hebben
julliezullen ingestemd hebben
zijzullen ingestemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou instemmen
jijzou instemmen
hijzou instemmen
wijzouden instemmen
julliezouden instemmen
zijzouden instemmen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingestemd hebben
jijzou ingestemd hebben
hijzou ingestemd hebben
wijzouden ingestemd hebben
julliezouden ingestemd hebben
zijzouden ingestemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstem in

Translations

  • agree, harmonize in opinion; be in unison or concord; be united; concur
  • consent, to express willingness
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] gereed stond om te vertrekken, maakte hij zelf mij een zwarigheid, die aan den eenen kant zoo gegrond was, en aan den anderen kant zoo van zijne opregtheid getuigde, dat ik niet anders dan met hem instemmen kon, en naar zijn raad, de bevrijding zijner makkers, ten minste een half jaar uitstelde. Het geval was namelijk dit. Hij was nu ongeveer eene maand bij mij geweest, gedurende welke ik hem had laten [...] (Robinson Crusoe)
    • Toen de kapitein bij mij kwam, deelde ik hem mijn ontwerp om het schip te overmeesteren mede, waarmede hij van harten instemde, en wij besloten het den volgenden morgen ten uitvoer te brengen. Ten einde het echter te geruster en goed doordacht te verrigten, zeide ik hem, dat wij de gevangenen moesten verdeelen, en dat hij [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From in (“in”) + stemmen (“to vote, tune”), calque of German einstimmen. See: German, old spelling 'einstimmen'.

    Additional Information