ingrijpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ingrijpen

The word "ingrijpen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ingrijpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ingrijpend
Past participle - Verleden deelwoord: ingegrijpt

Cognates

See the 3 cognates of ingrijpen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgrijp in
jijgrijpt in
hijgrijpt in
wijgrijpen in
julliegrijpen in
zijgrijpen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingegrijpt
jijhebt ingegrijpt
hijheeft ingegrijpt
wijhebben ingegrijpt
julliehebben ingegrijpt
zijhebben ingegrijpt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgrijpte in
jijgrijpte in
hijgrijpte in
wijgrijpten in
julliegrijpten in
zijgrijpten in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingegrijpt
jijhad ingegrijpt
hijhad ingegrijpt
wijhadden ingegrijpt
julliehadden ingegrijpt
zijhadden ingegrijpt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ingrijpen
jijzult ingrijpen
hijzal ingrijpen
wijzullen ingrijpen
julliezullen ingrijpen
zijzullen ingrijpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingegrijpt hebben
jijzult ingegrijpt hebben
hijzal ingegrijpt hebben
wijzullen ingegrijpt hebben
julliezullen ingegrijpt hebben
zijzullen ingegrijpt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ingrijpen
jijzou ingrijpen
hijzou ingrijpen
wijzouden ingrijpen
julliezouden ingrijpen
zijzouden ingrijpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingegrijpt hebben
jijzou ingegrijpt hebben
hijzou ingegrijpt hebben
wijzouden ingegrijpt hebben
julliezouden ingegrijpt hebben
zijzouden ingegrijpt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgrijp in

Verbs similar to 'ingrijpen'

Translations

  • intervene, to come between, or to be between, persons or things
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From in (“in”) + grijpen (“to grab”).

    Verbs referencing "ingrijpen"

    Swedish ingripa.

    Additional Information