ijken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ijken

The word "ijken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ijken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ijkend
Past participle - Verleden deelwoord: geijkt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikijk
jijijkt
hijijkt
wijijken
jullieijken
zijijken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geijkt
jijhebt geijkt
hijheeft geijkt
wijhebben geijkt
julliehebben geijkt
zijhebben geijkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikijkte
jijijkte
hijijkte
wijijkten
jullieijkten
zijijkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geijkt
jijhad geijkt
hijhad geijkt
wijhadden geijkt
julliehadden geijkt
zijhadden geijkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ijken
jijzult ijken
hijzal ijken
wijzullen ijken
julliezullen ijken
zijzullen ijken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geijkt hebben
jijzult geijkt hebben
hijzal geijkt hebben
wijzullen geijkt hebben
julliezullen geijkt hebben
zijzullen geijkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ijken
jijzou ijken
hijzou ijken
wijzouden ijken
julliezouden ijken
zijzouden ijken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geijkt hebben
jijzou geijkt hebben
hijzou geijkt hebben
wijzouden geijkt hebben
julliezouden geijkt hebben
zijzouden geijkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijijk

Verbs similar to 'ijken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch īken, from Latin aequō. Compare German eichen. See: Latin 'aequō', German, old spelling 'eichen'.

Additional Information