gluren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gluren

The word "gluren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gluren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: glurend
Past participle - Verleden deelwoord: gegluurd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgluur
jijgluurt
hijgluurt
wijgluren
julliegluren
zijgluren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegluurd
jijhebt gegluurd
hijheeft gegluurd
wijhebben gegluurd
julliehebben gegluurd
zijhebben gegluurd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgluurde
jijgluurde
hijgluurde
wijgluurden
julliegluurden
zijgluurden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegluurd
jijhad gegluurd
hijhad gegluurd
wijhadden gegluurd
julliehadden gegluurd
zijhadden gegluurd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gluren
jijzult gluren
hijzal gluren
wijzullen gluren
julliezullen gluren
zijzullen gluren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegluurd hebben
jijzult gegluurd hebben
hijzal gegluurd hebben
wijzullen gegluurd hebben
julliezullen gegluurd hebben
zijzullen gegluurd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gluren
jijzou gluren
hijzou gluren
wijzouden gluren
julliezouden gluren
zijzouden gluren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegluurd hebben
jijzou gegluurd hebben
hijzou gegluurd hebben
wijzouden gegluurd hebben
julliezouden gegluurd hebben
zijzouden gegluurd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgluur

Verbs similar to 'gluren'

Translations

  • eye, to observe carefully or appraisingly
  • peek, To look slyly, or with the eyes half closed, or through a crevice; to peep
  • pry, to peer closely and curiously, especially at something closed or not public
  • ogle, to stare flirtatiously
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Onze kat zit verdacht vaak naar de parkiet te gluren. (Our cat sits down suspiciously often to peek at the parakeet.)

    Etymology

    First attested in early modern Dutch (as gluyeren, gloeren, glueren), from the mid-16th century onwards. Perhaps related to gloren, and possibly influenced by loeren.

    Additional Information