geocachen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of geocachen

The word "geocachen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: geocachen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: geocachend
Past participle - Verleden deelwoord: geocacht

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgeocach
jijgeocacht
hijgeocacht
wijgeocachen
julliegeocachen
zijgeocachen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geocacht
jijhebt geocacht
hijheeft geocacht
wijhebben geocacht
julliehebben geocacht
zijhebben geocacht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgeocachte
jijgeocachte
hijgeocachte
wijgeocachten
julliegeocachten
zijgeocachten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geocacht
jijhad geocacht
hijhad geocacht
wijhadden geocacht
julliehadden geocacht
zijhadden geocacht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal geocachen
jijzult geocachen
hijzal geocachen
wijzullen geocachen
julliezullen geocachen
zijzullen geocachen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geocacht hebben
jijzult geocacht hebben
hijzal geocacht hebben
wijzullen geocacht hebben
julliezullen geocacht hebben
zijzullen geocacht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou geocachen
jijzou geocachen
hijzou geocachen
wijzouden geocachen
julliezouden geocachen
zijzouden geocachen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geocacht hebben
jijzou geocacht hebben
hijzou geocacht hebben
wijzouden geocacht hebben
julliezouden geocacht hebben
zijzouden geocacht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgeocach

Verbs similar to 'geocachen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English geocache or from geocache + -en. See: English 'geocache'.

Additional Information