fommelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of fommelen

The word "fommelen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: fommelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: fommelend
Past participle - Verleden deelwoord: gefommeeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfommeel
jijfommeelt
hijfommeelt
wijfommelen
julliefommelen
zijfommelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefommeeld
jijhebt gefommeeld
hijheeft gefommeeld
wijhebben gefommeeld
julliehebben gefommeeld
zijhebben gefommeeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfommeelde
jijfommeelde
hijfommeelde
wijfommeelden
julliefommeelden
zijfommeelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefommeeld
jijhad gefommeeld
hijhad gefommeeld
wijhadden gefommeeld
julliehadden gefommeeld
zijhadden gefommeeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal fommelen
jijzult fommelen
hijzal fommelen
wijzullen fommelen
julliezullen fommelen
zijzullen fommelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefommeeld hebben
jijzult gefommeeld hebben
hijzal gefommeeld hebben
wijzullen gefommeeld hebben
julliezullen gefommeeld hebben
zijzullen gefommeeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou fommelen
jijzou fommelen
hijzou fommelen
wijzouden fommelen
julliezouden fommelen
zijzouden fommelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefommeeld hebben
jijzou gefommeeld hebben
hijzou gefommeeld hebben
wijzouden gefommeeld hebben
julliezouden gefommeeld hebben
zijzouden gefommeeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfommeel

Verbs similar to 'fommelen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "fommelen"

English fumble.

Additional Information