fantaseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of fantaseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: fantaseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: fantaserend
Past participle - Verleden deelwoord: gefantaseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfantaseer
jijfantaseert
hijfantaseert
wijfantaseren
julliefantaseren
zijfantaseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefantaseerd
jijhebt gefantaseerd
hijheeft gefantaseerd
wijhebben gefantaseerd
julliehebben gefantaseerd
zijhebben gefantaseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfantaseerde
jijfantaseerde
hijfantaseerde
wijfantaseerden
julliefantaseerden
zijfantaseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefantaseerd
jijhad gefantaseerd
hijhad gefantaseerd
wijhadden gefantaseerd
julliehadden gefantaseerd
zijhadden gefantaseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal fantaseren
jijzult fantaseren
hijzal fantaseren
wijzullen fantaseren
julliezullen fantaseren
zijzullen fantaseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefantaseerd hebben
jijzult gefantaseerd hebben
hijzal gefantaseerd hebben
wijzullen gefantaseerd hebben
julliezullen gefantaseerd hebben
zijzullen gefantaseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou fantaseren
jijzou fantaseren
hijzou fantaseren
wijzouden fantaseren
julliezouden fantaseren
zijzouden fantaseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefantaseerd hebben
jijzou gefantaseerd hebben
hijzou gefantaseerd hebben
wijzouden gefantaseerd hebben
julliezouden gefantaseerd hebben
zijzouden gefantaseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfantaseer

Translations

  • imagine, (intransitive) to use one's imagination
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bazelen
    ijlen, kletsen
    bedenken
    fabuleren, verbeelden, verzinnen

    Sample Sentences

    • Ik begon te fantaseren over de jongste worstelaar. (I began to fantasize about the youngest wrestler.)

    Etymology

    Borrowed from Middle French fantasier. See: Middle French 'fantasier'.

    Additional Information