exorciseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of exorciseren

The word "exorciseren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: exorciseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: exorciserend
Past participle - Verleden deelwoord: geëxorciseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikexorciseer
jijexorciseert
hijexorciseert
wijexorciseren
jullieexorciseren
zijexorciseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geëxorciseerd
jijhebt geëxorciseerd
hijheeft geëxorciseerd
wijhebben geëxorciseerd
julliehebben geëxorciseerd
zijhebben geëxorciseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikexorciseerde
jijexorciseerde
hijexorciseerde
wijexorciseerden
jullieexorciseerden
zijexorciseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geëxorciseerd
jijhad geëxorciseerd
hijhad geëxorciseerd
wijhadden geëxorciseerd
julliehadden geëxorciseerd
zijhadden geëxorciseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal exorciseren
jijzult exorciseren
hijzal exorciseren
wijzullen exorciseren
julliezullen exorciseren
zijzullen exorciseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geëxorciseerd hebben
jijzult geëxorciseerd hebben
hijzal geëxorciseerd hebben
wijzullen geëxorciseerd hebben
julliezullen geëxorciseerd hebben
zijzullen geëxorciseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou exorciseren
jijzou exorciseren
hijzou exorciseren
wijzouden exorciseren
julliezouden exorciseren
zijzouden exorciseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geëxorciseerd hebben
jijzou geëxorciseerd hebben
hijzou geëxorciseerd hebben
wijzouden geëxorciseerd hebben
julliezouden geëxorciseerd hebben
zijzouden geëxorciseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijexorciseer

Verbs similar to 'exorciseren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French exorciser, from Middle French exorciser, from Old French exorciser, from Latin exorcizō, from Ancient Greek ἐξορκίζω (exorkízō). Also borrowed in early modern Dutch from Middle French exorciser. See: French 'exorciser', Latin 'exorcizō'.

Additional Information