erotiseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of erotiseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: erotiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: erotiserend
Past participle - Verleden deelwoord: erotiseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikerotiseer
jijerotiseert
hijerotiseert
wijerotiseren
jullieerotiseren
zijerotiseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb erotiseerd
jijhebt erotiseerd
hijheeft erotiseerd
wijhebben erotiseerd
julliehebben erotiseerd
zijhebben erotiseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikerotiseerde
jijerotiseerde
hijerotiseerde
wijerotiseerden
jullieerotiseerden
zijerotiseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad erotiseerd
jijhad erotiseerd
hijhad erotiseerd
wijhadden erotiseerd
julliehadden erotiseerd
zijhadden erotiseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal erotiseren
jijzult erotiseren
hijzal erotiseren
wijzullen erotiseren
julliezullen erotiseren
zijzullen erotiseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal erotiseerd hebben
jijzult erotiseerd hebben
hijzal erotiseerd hebben
wijzullen erotiseerd hebben
julliezullen erotiseerd hebben
zijzullen erotiseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou erotiseren
jijzou erotiseren
hijzou erotiseren
wijzouden erotiseren
julliezouden erotiseren
zijzouden erotiseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou erotiseerd hebben
jijzou erotiseerd hebben
hijzou erotiseerd hebben
wijzouden erotiseerd hebben
julliezouden erotiseerd hebben
zijzouden erotiseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijerotiseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information