Infinitive - Onbepaalde wijs: erotiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: erotiserend
Past participle - Verleden deelwoord: erotiseerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | erotiseer |
| jij | erotiseert |
| hij | erotiseert |
| wij | erotiseren |
| jullie | erotiseren |
| zij | erotiseren |
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb erotiseerd |
| jij | hebt erotiseerd |
| hij | heeft erotiseerd |
| wij | hebben erotiseerd |
| jullie | hebben erotiseerd |
| zij | hebben erotiseerd |
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | erotiseerde |
| jij | erotiseerde |
| hij | erotiseerde |
| wij | erotiseerden |
| jullie | erotiseerden |
| zij | erotiseerden |
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had erotiseerd |
| jij | had erotiseerd |
| hij | had erotiseerd |
| wij | hadden erotiseerd |
| jullie | hadden erotiseerd |
| zij | hadden erotiseerd |
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal erotiseren |
| jij | zult erotiseren |
| hij | zal erotiseren |
| wij | zullen erotiseren |
| jullie | zullen erotiseren |
| zij | zullen erotiseren |
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal erotiseerd hebben |
| jij | zult erotiseerd hebben |
| hij | zal erotiseerd hebben |
| wij | zullen erotiseerd hebben |
| jullie | zullen erotiseerd hebben |
| zij | zullen erotiseerd hebben |
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou erotiseren |
| jij | zou erotiseren |
| hij | zou erotiseren |
| wij | zouden erotiseren |
| jullie | zouden erotiseren |
| zij | zouden erotiseren |
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou erotiseerd hebben |
| jij | zou erotiseerd hebben |
| hij | zou erotiseerd hebben |
| wij | zouden erotiseerd hebben |
| jullie | zouden erotiseerd hebben |
| zij | zouden erotiseerd hebben |
| jij | erotiseer |