doorzien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of doorzien

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: doorzien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: doorziend
Past participle - Verleden deelwoord: doorzien

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdoorzie
jijdoorziet
hijdoorziet
wijdoorzien
julliedoorzien
zijdoorzien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb doorzien
jijhebt doorzien
hijheeft doorzien
wijhebben doorzien
julliehebben doorzien
zijhebben doorzien

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdoorzag
jijdoorzag
hijdoorzag
wijdoorzagen
julliedoorzagen
zijdoorzagen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad doorzien
jijhad doorzien
hijhad doorzien
wijhadden doorzien
julliehadden doorzien
zijhadden doorzien

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal doorzien
jijzult doorzien
hijzal doorzien
wijzullen doorzien
julliezullen doorzien
zijzullen doorzien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal doorzien hebben
jijzult doorzien hebben
hijzal doorzien hebben
wijzullen doorzien hebben
julliezullen doorzien hebben
zijzullen doorzien hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou doorzien
jijzou doorzien
hijzou doorzien
wijzouden doorzien
julliezouden doorzien
zijzouden doorzien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou doorzien hebben
jijzou doorzien hebben
hijzou doorzien hebben
wijzouden doorzien hebben
julliezouden doorzien hebben
zijzouden doorzien hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdoorzie

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

bevroeden
doorgronden, doorhebben, snappen
doorlezen
doornemen

Sample Sentences

  • [...] ik van mijne eerste verbazing tot mij zelven was gekomen. Ik bedacht toen, dat dit de levenswijze was, mij door de oneindig goede Voorzienigheid opgelegd, dat ik, die de oogmerken der Almagt niet doorzien kon, niet tegen dezelve murmureren mogt; daar de Schepper allezins met Zijn schepsel handelen kon gelijk Zijne Alwijsheid goeddacht, en evenzeer mij, die Hem zoo dikwerf beleedigd had, naar zijn [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch doresien. Equivalent to door- + zien.

Additional Information