dinken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of dinken

The word "dinken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dinken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dinkend
Past participle - Verleden deelwoord: gedinkt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdink
jijdinkt
hijdinkt
wijdinken
julliedinken
zijdinken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedinkt
jijhebt gedinkt
hijheeft gedinkt
wijhebben gedinkt
julliehebben gedinkt
zijhebben gedinkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdinkte
jijdinkte
hijdinkte
wijdinkten
julliedinkten
zijdinkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedinkt
jijhad gedinkt
hijhad gedinkt
wijhadden gedinkt
julliehadden gedinkt
zijhadden gedinkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dinken
jijzult dinken
hijzal dinken
wijzullen dinken
julliezullen dinken
zijzullen dinken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedinkt hebben
jijzult gedinkt hebben
hijzal gedinkt hebben
wijzullen gedinkt hebben
julliezullen gedinkt hebben
zijzullen gedinkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dinken
jijzou dinken
hijzou dinken
wijzouden dinken
julliezouden dinken
zijzouden dinken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedinkt hebben
jijzou gedinkt hebben
hijzou gedinkt hebben
wijzouden gedinkt hebben
julliezouden gedinkt hebben
zijzouden gedinkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdink

Verbs similar to 'dinken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "dinken"

Afrikaans dink.

Additional Information