desillusioneren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of desillusioneren

The word "desillusioneren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: desillusioneren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: desillusionerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedesillusioneerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdesillusioneer
jijdesillusioneert
hijdesillusioneert
wijdesillusioneren
julliedesillusioneren
zijdesillusioneren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedesillusioneerd
jijhebt gedesillusioneerd
hijheeft gedesillusioneerd
wijhebben gedesillusioneerd
julliehebben gedesillusioneerd
zijhebben gedesillusioneerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdesillusioneerde
jijdesillusioneerde
hijdesillusioneerde
wijdesillusioneerden
julliedesillusioneerden
zijdesillusioneerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedesillusioneerd
jijhad gedesillusioneerd
hijhad gedesillusioneerd
wijhadden gedesillusioneerd
julliehadden gedesillusioneerd
zijhadden gedesillusioneerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal desillusioneren
jijzult desillusioneren
hijzal desillusioneren
wijzullen desillusioneren
julliezullen desillusioneren
zijzullen desillusioneren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedesillusioneerd hebben
jijzult gedesillusioneerd hebben
hijzal gedesillusioneerd hebben
wijzullen gedesillusioneerd hebben
julliezullen gedesillusioneerd hebben
zijzullen gedesillusioneerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou desillusioneren
jijzou desillusioneren
hijzou desillusioneren
wijzouden desillusioneren
julliezouden desillusioneren
zijzouden desillusioneren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedesillusioneerd hebben
jijzou gedesillusioneerd hebben
hijzou gedesillusioneerd hebben
wijzouden gedesillusioneerd hebben
julliezouden gedesillusioneerd hebben
zijzouden gedesillusioneerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdesillusioneer

Verbs similar to 'desillusioneren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information