defenestreren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of defenestreren

The word "defenestreren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: defenestreren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: defenestrerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedefenestreerd

Cognates

See the 2 cognates of defenestreren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdefenestreer
jijdefenestreert
hijdefenestreert
wijdefenestreren
julliedefenestreren
zijdefenestreren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedefenestreerd
jijhebt gedefenestreerd
hijheeft gedefenestreerd
wijhebben gedefenestreerd
julliehebben gedefenestreerd
zijhebben gedefenestreerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdefenestreerde
jijdefenestreerde
hijdefenestreerde
wijdefenestreerden
julliedefenestreerden
zijdefenestreerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedefenestreerd
jijhad gedefenestreerd
hijhad gedefenestreerd
wijhadden gedefenestreerd
julliehadden gedefenestreerd
zijhadden gedefenestreerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal defenestreren
jijzult defenestreren
hijzal defenestreren
wijzullen defenestreren
julliezullen defenestreren
zijzullen defenestreren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedefenestreerd hebben
jijzult gedefenestreerd hebben
hijzal gedefenestreerd hebben
wijzullen gedefenestreerd hebben
julliezullen gedefenestreerd hebben
zijzullen gedefenestreerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou defenestreren
jijzou defenestreren
hijzou defenestreren
wijzouden defenestreren
julliezouden defenestreren
zijzouden defenestreren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedefenestreerd hebben
jijzou gedefenestreerd hebben
hijzou gedefenestreerd hebben
wijzouden gedefenestreerd hebben
julliezouden gedefenestreerd hebben
zijzouden gedefenestreerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdefenestreer

Verbs similar to 'defenestreren'

Translations

  • defenestrate, eject from a window
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Cf. English defenestrate, French défenestrer. See: English 'defenestrate', French 'défenestrer'.

    Additional Information