dediceren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of dediceren

The word "dediceren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dediceren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dedicerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedediceerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdediceer
jijdediceert
hijdediceert
wijdediceren
julliedediceren
zijdediceren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedediceerd
jijhebt gedediceerd
hijheeft gedediceerd
wijhebben gedediceerd
julliehebben gedediceerd
zijhebben gedediceerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdediceerde
jijdediceerde
hijdediceerde
wijdediceerden
julliedediceerden
zijdediceerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedediceerd
jijhad gedediceerd
hijhad gedediceerd
wijhadden gedediceerd
julliehadden gedediceerd
zijhadden gedediceerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dediceren
jijzult dediceren
hijzal dediceren
wijzullen dediceren
julliezullen dediceren
zijzullen dediceren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedediceerd hebben
jijzult gedediceerd hebben
hijzal gedediceerd hebben
wijzullen gedediceerd hebben
julliezullen gedediceerd hebben
zijzullen gedediceerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dediceren
jijzou dediceren
hijzou dediceren
wijzouden dediceren
julliezouden dediceren
zijzouden dediceren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedediceerd hebben
jijzou gedediceerd hebben
hijzou gedediceerd hebben
wijzouden gedediceerd hebben
julliezouden gedediceerd hebben
zijzouden gedediceerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdediceer

Verbs similar to 'dediceren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Latin dēdicāre. See: Latin 'dedico'.

Additional Information