corresponderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of corresponderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: corresponderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: corresponderend
Past participle - Verleden deelwoord: gecorrespondeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcorrespondeer
jijcorrespondeert
hijcorrespondeert
wijcorresponderen
julliecorresponderen
zijcorresponderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecorrespondeerd
jijhebt gecorrespondeerd
hijheeft gecorrespondeerd
wijhebben gecorrespondeerd
julliehebben gecorrespondeerd
zijhebben gecorrespondeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcorrespondeerde
jijcorrespondeerde
hijcorrespondeerde
wijcorrespondeerden
julliecorrespondeerden
zijcorrespondeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecorrespondeerd
jijhad gecorrespondeerd
hijhad gecorrespondeerd
wijhadden gecorrespondeerd
julliehadden gecorrespondeerd
zijhadden gecorrespondeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal corresponderen
jijzult corresponderen
hijzal corresponderen
wijzullen corresponderen
julliezullen corresponderen
zijzullen corresponderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecorrespondeerd hebben
jijzult gecorrespondeerd hebben
hijzal gecorrespondeerd hebben
wijzullen gecorrespondeerd hebben
julliezullen gecorrespondeerd hebben
zijzullen gecorrespondeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou corresponderen
jijzou corresponderen
hijzou corresponderen
wijzouden corresponderen
julliezouden corresponderen
zijzouden corresponderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecorrespondeerd hebben
jijzou gecorrespondeerd hebben
hijzou gecorrespondeerd hebben
wijzouden gecorrespondeerd hebben
julliezouden gecorrespondeerd hebben
zijzouden gecorrespondeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcorrespondeer

Translations

  • correspond, to be equivalent or similar
  • correspond, to exchange messages
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aansluiten
    kloppen, overeenkomen, passen

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from Middle French correspondre, from Latin correspondeō. See: Latin 'correspondeō'.

    Additional Information