consumeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of consumeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: consumeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: consumerend
Past participle - Verleden deelwoord: geconsumeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikconsumeer
jijconsumeert
hijconsumeert
wijconsumeren
jullieconsumeren
zijconsumeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geconsumeerd
jijhebt geconsumeerd
hijheeft geconsumeerd
wijhebben geconsumeerd
julliehebben geconsumeerd
zijhebben geconsumeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikconsumeerde
jijconsumeerde
hijconsumeerde
wijconsumeerden
jullieconsumeerden
zijconsumeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geconsumeerd
jijhad geconsumeerd
hijhad geconsumeerd
wijhadden geconsumeerd
julliehadden geconsumeerd
zijhadden geconsumeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal consumeren
jijzult consumeren
hijzal consumeren
wijzullen consumeren
julliezullen consumeren
zijzullen consumeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geconsumeerd hebben
jijzult geconsumeerd hebben
hijzal geconsumeerd hebben
wijzullen geconsumeerd hebben
julliezullen geconsumeerd hebben
zijzullen geconsumeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou consumeren
jijzou consumeren
hijzou consumeren
wijzouden consumeren
julliezouden consumeren
zijzouden consumeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geconsumeerd hebben
jijzou geconsumeerd hebben
hijzou geconsumeerd hebben
wijzouden geconsumeerd hebben
julliezouden geconsumeerd hebben
zijzouden geconsumeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijconsumeer

Translations

  • absorb, to consume completely
  • consume, use up
  • consume, eat
  • consume, destroy completely
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    eten
    gebruiken, nuttigen

    Sample Sentences

    • Het is belangrijk om gezond voedsel te consumeren voor een evenwichtig dieet. (It is important to consume healthy food for a balanced diet.)
    • De elektrische apparaten consumeren veel energie. (The electrical appliances consume a lot of energy.)
    • Het is verstandig om niet te veel suikerhoudende drankjes te consumeren. (It is wise not to consume too many sugary drinks.)
    • Na het huwelijk werden ze verwacht de relatie te consumeren om hun huwelijk officieel te maken. (After the wedding, they were expected to consummate their relationship to make their marriage official.)
    • In sommige culturen wordt verwacht dat het paar hun huwelijk onmiddellijk na de ceremonie consumeert. (In some cultures, the couple is expected to consummate their marriage immediately after the ceremony.)
    • Het was een ouderwetse opvatting dat een huwelijk pas geldig was nadat het was geconsumeerd door het paar. (It was an old-fashioned belief that a marriage was only valid after it had been consummated by the couple.)

    Etymology

    From Middle Dutch consumeren, from Middle French consumer, from Old French consumer, from Latin cōnsūmō. See: Latin 'cōnsūmō'.

    Additional Information