communiceren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of communiceren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: communiceren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: communicerend
Past participle - Verleden deelwoord: gecommuniceerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcommuniceer
jijcommuniceert
hijcommuniceert
wijcommuniceren
julliecommuniceren
zijcommuniceren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecommuniceerd
jijhebt gecommuniceerd
hijheeft gecommuniceerd
wijhebben gecommuniceerd
julliehebben gecommuniceerd
zijhebben gecommuniceerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcommuniceerde
jijcommuniceerde
hijcommuniceerde
wijcommuniceerden
julliecommuniceerden
zijcommuniceerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecommuniceerd
jijhad gecommuniceerd
hijhad gecommuniceerd
wijhadden gecommuniceerd
julliehadden gecommuniceerd
zijhadden gecommuniceerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal communiceren
jijzult communiceren
hijzal communiceren
wijzullen communiceren
julliezullen communiceren
zijzullen communiceren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecommuniceerd hebben
jijzult gecommuniceerd hebben
hijzal gecommuniceerd hebben
wijzullen gecommuniceerd hebben
julliezullen gecommuniceerd hebben
zijzullen gecommuniceerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou communiceren
jijzou communiceren
hijzou communiceren
wijzouden communiceren
julliezouden communiceren
zijzouden communiceren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecommuniceerd hebben
jijzou gecommuniceerd hebben
hijzou gecommuniceerd hebben
wijzouden gecommuniceerd hebben
julliezouden gecommuniceerd hebben
zijzouden gecommuniceerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcommuniceer

Translations

  • impart, communicate the knowledge of
  • communicate, to impart information or knowledge of; to make known, to tell
  • communicate, to express or convey ideas, either through verbal or nonverbal means
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch communiceren, from Latin commūnicō. See: Latin 'commūnicō'.

    Additional Information