bezoeken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bezoeken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bezoeken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bezoekend
Past participle - Verleden deelwoord: bezocht

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbezoek
jijbezoekt
hijbezoekt
wijbezoeken
julliebezoeken
zijbezoeken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bezocht
jijhebt bezocht
hijheeft bezocht
wijhebben bezocht
julliehebben bezocht
zijhebben bezocht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbezocht
jijbezocht
hijbezocht
wijbezochten
julliebezochten
zijbezochten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bezocht
jijhad bezocht
hijhad bezocht
wijhadden bezocht
julliehadden bezocht
zijhadden bezocht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bezoeken
jijzult bezoeken
hijzal bezoeken
wijzullen bezoeken
julliezullen bezoeken
zijzullen bezoeken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bezocht hebben
jijzult bezocht hebben
hijzal bezocht hebben
wijzullen bezocht hebben
julliezullen bezocht hebben
zijzullen bezocht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bezoeken
jijzou bezoeken
hijzou bezoeken
wijzouden bezoeken
julliezouden bezoeken
zijzouden bezoeken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bezocht hebben
jijzou bezocht hebben
hijzou bezocht hebben
wijzouden bezocht hebben
julliezouden bezocht hebben
zijzouden bezocht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbezoek

Verbs conjugated like 'bezoeken'

bezoeken, onderzoeken, opzoeken, uitzoeken, verzoeken, zoeken,

Translations

  • call, to pay a social visit
  • visit, to go and meet (someone)
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanwippen
    bezichtigen, buurten, langsgaan
    bekijken
    reizen

    Sample Sentences

    • Daar deze plaats ook halfweg was tusschen mijne woning en de plaats waar mijne boot lag, kwam ik hier dikwijls, want ik bezocht mijne boot menigwerf, en hield die, met alles wat er bij behoorde, in goede orde. Somtijds ging ik er mede varen, maar geen gevaarlijke togten, geen twee steenworpen ging ik van de kust af, zoo [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] het niet zien zou, en niet verlangen meer soortgelijken buit te maken; vervolgens mijne twee graanvelden om te spitten, opdat het vinden van het graan hen niet zou overhalen het eiland meermalen te bezoeken, en eindelijk mijne buitenplaats en tent te slechten, opdat zij geenerlei blijk van bewoners zouden vinden, en hierdoor lust verkrijgen, die te zoeken. (Robinson Crusoe)
    • [...] neêrslagtig bleef, en schier twee jaren lang mij niet buiten mijn kring bewoog. Ik bedoel buiten mijn kasteel, mijn buitenplaats en mijne omheinde weiden; welke laatste ik alleen om mijne geiten bezocht; want ik had voor de wilden een afschuw als voor den duivel zelf. (Robinson Crusoe)
    • [...] voortdurenden angst, vrees en zorg, waarin ik steeds geleefd had, sedert ik een afdruk van een voet op het zand gezien had. Ik geloofde wel niet, dat de wilden het eiland al dien tijd aanhoudend bezocht hadden, en er honderden malen aan wal geweest waren; maar daar ik er toen niets van wist en dus volstrekt geene vrees voor voeden kon, was ik volkomen gerust, schoon het gevaar even eens was; en bij [...] (Robinson Crusoe)
    • Op deze reis bezocht ik mijne nieuwe kolonie, zag mijne opvolgers, de Spanjaarden, vernam hunne geheele geschiedenis en die van de achtergelaten kerels; hoe zij eerst de Spanjaards plaagden, daarna vrede maakten, weder [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch besoeken, from Old Dutch bisuoken. Equivalent to be- + zoeken.

    Verbs referencing "bezoeken"

    English beseech, German, old spelling besuchen, Swedish besöka, Danish besøge, Bavarian bsuacha.

    Additional Information