bevoorrechten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bevoorrechten

The word "bevoorrechten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bevoorrechten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bevoorrechtend
Past participle - Verleden deelwoord: bevoorrecht

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbevoorrecht
jijbevoorrecht
hijbevoorrecht
wijbevoorrechten
julliebevoorrechten
zijbevoorrechten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bevoorrecht
jijhebt bevoorrecht
hijheeft bevoorrecht
wijhebben bevoorrecht
julliehebben bevoorrecht
zijhebben bevoorrecht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbevoorrechtte
jijbevoorrechtte
hijbevoorrechtte
wijbevoorrechtten
julliebevoorrechtten
zijbevoorrechtten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bevoorrecht
jijhad bevoorrecht
hijhad bevoorrecht
wijhadden bevoorrecht
julliehadden bevoorrecht
zijhadden bevoorrecht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bevoorrechten
jijzult bevoorrechten
hijzal bevoorrechten
wijzullen bevoorrechten
julliezullen bevoorrechten
zijzullen bevoorrechten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bevoorrecht hebben
jijzult bevoorrecht hebben
hijzal bevoorrecht hebben
wijzullen bevoorrecht hebben
julliezullen bevoorrecht hebben
zijzullen bevoorrecht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bevoorrechten
jijzou bevoorrechten
hijzou bevoorrechten
wijzouden bevoorrechten
julliezouden bevoorrechten
zijzouden bevoorrechten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bevoorrecht hebben
jijzou bevoorrecht hebben
hijzou bevoorrecht hebben
wijzouden bevoorrecht hebben
julliezouden bevoorrecht hebben
zijzouden bevoorrecht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbevoorrecht

Verbs conjugated like 'bevoorrechten'

aankorsten, aanristen, aanroesten, aantasten, achten, afkwasten, afmesten, afristen, aftasten, afwachten, begroeten, belasten, bemesten, berichten, berusten, betasten, betwisten, boeten, feesten, fusten, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'bevoorrechten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • De meer bevoorrechte kinderen gingen vaak naar het buitenland op vakantie. (The more privileged children would go on vacation abroad often.)

Etymology

From voorrecht + be- -en.

Additional Information