bestraffen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bestraffen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bestraffen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bestraffend
Past participle - Verleden deelwoord: bestraft

Cognates

See the 3 cognates of bestraffen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbestraf
jijbestraft
hijbestraft
wijbestraffen
julliebestraffen
zijbestraffen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bestraft
jijhebt bestraft
hijheeft bestraft
wijhebben bestraft
julliehebben bestraft
zijhebben bestraft

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbestrafte
jijbestrafte
hijbestrafte
wijbestraften
julliebestraften
zijbestraften

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bestraft
jijhad bestraft
hijhad bestraft
wijhadden bestraft
julliehadden bestraft
zijhadden bestraft

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bestraffen
jijzult bestraffen
hijzal bestraffen
wijzullen bestraffen
julliezullen bestraffen
zijzullen bestraffen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bestraft hebben
jijzult bestraft hebben
hijzal bestraft hebben
wijzullen bestraft hebben
julliezullen bestraft hebben
zijzullen bestraft hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bestraffen
jijzou bestraffen
hijzou bestraffen
wijzouden bestraffen
julliezouden bestraffen
zijzouden bestraffen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bestraft hebben
jijzou bestraft hebben
hijzou bestraft hebben
wijzouden bestraft hebben
julliezouden bestraft hebben
zijzouden bestraft hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbestraf

Translations

  • punish, to cause to suffer for crime or misconduct
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afstraffen
    kastijden, tuchtigen
    straffen
    berispen, schorsen, beboeten, veroordelen

    Antonyms

    straffen
    belonen, betalen, honoreren, vergoeden

    Sample Sentences

    • [...] dezelve murmureren mogt; daar de Schepper allezins met Zijn schepsel handelen kon gelijk Zijne Alwijsheid goeddacht, en evenzeer mij, die Hem zoo dikwerf beleedigd had, naar zijn goedvinden kon bestraffen, en dat het mijn pligt was Hem te bidden en mij rustig aan de leiding der Voorzienigheid te onderwerpen. (Robinson Crusoe)
    • Ik redekavelde dikwerf aldus met mij zelven: " Hoe weet ik wat Gods oordeel daaromtrent is ? Het is zeker, dat dit volk dit niet als eene misdaad beschouwt; hun geweten bestraft er hen niet over. Zij weten niet, dat het eene misdaad is, en bedrijven die niet in spijt der Goddelijke geregtigheid, gelijk wij onze zonden plegen. Zij achten het evenmin eene misdaad, een [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] veel minder mij tot uitvoerder der goddelijke geregtigheid op te werpen; want zoo God het goedvond zou Hij zelf hen straffen, en door rampen over hun geheele volk te brengen, de zonden des volks bestraffen; maar dit was geenszins eene taak, die mij toekwam. Wel is waar, in Vrijdag kon dit verschoonbaar zijn, omdat hij hun verklaarde vijand en als het ware in staat van oorlog met deze natie was; maar [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From be- + straffen.

    Verbs referencing "bestraffen"

    Swedish bestraffa.

    Additional Information