bespreiden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bespreiden

The word "bespreiden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bespreiden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bespreidend
Past participle - Verleden deelwoord: bespreid

Cognates

See the 2 cognates of bespreiden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbespreid
jijbespreidt
hijbespreidt
wijbespreiden
julliebespreiden
zijbespreiden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bespreid
jijhebt bespreid
hijheeft bespreid
wijhebben bespreid
julliehebben bespreid
zijhebben bespreid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbespreidde
jijbespreidde
hijbespreidde
wijbespreidden
julliebespreidden
zijbespreidden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bespreid
jijhad bespreid
hijhad bespreid
wijhadden bespreid
julliehadden bespreid
zijhadden bespreid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bespreiden
jijzult bespreiden
hijzal bespreiden
wijzullen bespreiden
julliezullen bespreiden
zijzullen bespreiden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bespreid hebben
jijzult bespreid hebben
hijzal bespreid hebben
wijzullen bespreid hebben
julliezullen bespreid hebben
zijzullen bespreid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bespreiden
jijzou bespreiden
hijzou bespreiden
wijzouden bespreiden
julliezouden bespreiden
zijzouden bespreiden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bespreid hebben
jijzou bespreid hebben
hijzou bespreid hebben
wijzouden bespreid hebben
julliezouden bespreid hebben
zijzouden bespreid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbespreid

Verbs similar to 'bespreiden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "bespreiden"

English bespread.

Additional Information