bemeesteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bemeesteren

The word "bemeesteren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bemeesteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bemeesterend
Past participle - Verleden deelwoord: bemeesteerd

Cognates

See the 2 cognates of bemeesteren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbemeesteer
jijbemeesteert
hijbemeesteert
wijbemeesteren
julliebemeesteren
zijbemeesteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bemeesteerd
jijhebt bemeesteerd
hijheeft bemeesteerd
wijhebben bemeesteerd
julliehebben bemeesteerd
zijhebben bemeesteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbemeesteerde
jijbemeesteerde
hijbemeesteerde
wijbemeesteerden
julliebemeesteerden
zijbemeesteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bemeesteerd
jijhad bemeesteerd
hijhad bemeesteerd
wijhadden bemeesteerd
julliehadden bemeesteerd
zijhadden bemeesteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bemeesteren
jijzult bemeesteren
hijzal bemeesteren
wijzullen bemeesteren
julliezullen bemeesteren
zijzullen bemeesteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bemeesteerd hebben
jijzult bemeesteerd hebben
hijzal bemeesteerd hebben
wijzullen bemeesteerd hebben
julliezullen bemeesteerd hebben
zijzullen bemeesteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bemeesteren
jijzou bemeesteren
hijzou bemeesteren
wijzouden bemeesteren
julliezouden bemeesteren
zijzouden bemeesteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bemeesteerd hebben
jijzou bemeesteerd hebben
hijzou bemeesteerd hebben
wijzouden bemeesteerd hebben
julliezouden bemeesteerd hebben
zijzouden bemeesteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbemeesteer

Verbs similar to 'bemeesteren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From meester + be- -en.

Verbs referencing "bemeesteren"

Swedish bemästra.

Additional Information