Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: beletten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: belettend
Past participle - Verleden deelwoord: belet
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | belet |
| jij | belet |
| hij | belet |
| wij | beletten |
| jullie | beletten |
| zij | beletten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb belet |
| jij | hebt belet |
| hij | heeft belet |
| wij | hebben belet |
| jullie | hebben belet |
| zij | hebben belet |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | belette |
| jij | belette |
| hij | belette |
| wij | beletten |
| jullie | beletten |
| zij | beletten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had belet |
| jij | had belet |
| hij | had belet |
| wij | hadden belet |
| jullie | hadden belet |
| zij | hadden belet |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal beletten |
| jij | zult beletten |
| hij | zal beletten |
| wij | zullen beletten |
| jullie | zullen beletten |
| zij | zullen beletten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal belet hebben |
| jij | zult belet hebben |
| hij | zal belet hebben |
| wij | zullen belet hebben |
| jullie | zullen belet hebben |
| zij | zullen belet hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou beletten |
| jij | zou beletten |
| hij | zou beletten |
| wij | zouden beletten |
| jullie | zouden beletten |
| zij | zouden beletten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou belet hebben |
| jij | zou belet hebben |
| hij | zou belet hebben |
| wij | zouden belet hebben |
| jullie | zouden belet hebben |
| zij | zouden belet hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'beletten'
aaneenkitten,
aaneenzetten,
aanvatten,
aanvetten,
aanvletten,
aanwitten,
aanzetten,
achterafzetten,
afbetten,
afkatten,
afplatten,
afspitten,
afvatten,
afvetten,
afzetten,
bedotten,
beletten,
benutten,
besmetten,
bespatten, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'beletten'
bezetten,
bedotten,
belasten,
beleggen,
beleren,
beleven,
bemesten,
benutten,
besmetten,
bevatten,
Sample Sentences
-
[...] een bezadigd en verstandig man, deed mij de ernstigste en uitmuntendste vertoogen, om mij van mijne voornemens af te brengen. Op een morgen riep hij mij tot zich in zijne kamer, die de jicht hem belette te verlaten, en onderhield mij dienaangaande op het nadrukkelijkst. " Welke redenen, " vroeg hij, " behalve de dwaze zucht om de wereld rond te zwerven, drijven u aan uw vaders huis en uw vaderland, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hetgeen mijn vader mij had voorgehouden, en na de woorden van genegenheid, waarvan hij zich alstoen bediend had. " Wilt gij u overigens volstrekt ongelukkig maken, " zeide zij, " niemand kan het u beletten, maar gij kunt verzekerd zijn, dat wij daarin nimmer zullen toestemmen; wat mij betreft, ik zal nimmer tot uw verderf de hand leenen, en gij zult nimmer kunnen zeggen, dat uwe moeder goedvond wat uw [...]
(Robinson Crusoe)
-
Het andere beest, door den slag en het vuur van mijn geweer verschrikt, zwom naar den wal en vloog naar het gebergte, vanwaar het gekomen was. De verte belette mij te zien welk dier het was. Ik bemerkte spoedig dat de Negers het luipaardenvleesch eten, en wilde het dus als eene gunst van mij geven. Toen ik hun door teekens te kennen gaf, dat zij hem nemen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] half uur regts van mij, op het strand lag, waar de wind en de golven haar geworpen hadden. Ik ging in die rigting de kust langs, om bij haar te komen, maar trof een inham of kreek aan, die mij dit belette. Ik keerde dus terug, daar ik voor het oogenblik voornamelijk verlangde het schip te bereiken, waar ik eenig voedsel voor mij hoopte te vinden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] aardbeving er ligtelijk op kon storten. De twee volgende dagen (19 en 20 April ) besteedde ik met te overleggen werwaarts en hoe ik mijne woning verleggen zou. De vrees van levend bedolven te worden belette mij allen gerusten slaap, en toch was ik even bevreesd, in het open veld, zonder eenige beschutting, te slapen; en wanneer ik rond zag, en alles zoo goed in orde vond, en hoe veilig ik gehuisvest en [...]
(Robinson Crusoe)
-
16 Mei. Het had ' s nachts hard gewaaid, en het wrak scheen door de golven meer gebroken te zijn; maar ik was zoo lang in het bosch geweest om duiven te schieten, dat het getij mij dien dag belette aan boord te gaan.
(Robinson Crusoe)
-
[...] ooit zou geweest zijn; en deze gedachte deed mij op het punt staan van God te danken, dat Hij mij op dit eiland gevoerd had. Er was echter iets in mij, dat zich hiertegen verzette, en mij de woorden belette uit te spreken. Hoe kunt gij zulk een huichelaar zijn, zeide ik tot mij zelven, dat gij God dankt voor een toestand, waarmede gij wel moogt trachten tevreden te zijn, maar waarbij gij gaarne zoudt [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik vroeger ze verlangde te vermijden. Ik vleide mij zelfs een, ja twee of drie wilden te verkrijgen, en die geheel tot mijne slaven te maken, om te doen wat ik hun zou gelasten, terwijl ik te gelijk belette, dat zij mij eenig leed deden. Lang verheugde ik mij met dit denkbeeld, maar er scheen niets van te zullen komen, al mijne verwachtingen waren vruchteloos, want gedurende een langen tijd kwamen er [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] verzoekingen doet wederstaan en zijn arglist teleurstellen."—"Maar, " voerde hij weder aan, " als God zooveel magtiger en sterker is dan de duivel, waarom slaat Hij dan den duivel niet dood, en belet hem meer kwaad te doen ? " Ik stond bij deze vraag geheel verplet; schoon een oud man, was ik nog een jongeling in de godgeleerdheid, en weinig in staat om leerstellige vragen en zwarigheden op te [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik ze laadde geraakte de Spanjaard in een fel gevecht met een der wilden, die hem met een dier houten zwaarden aanviel, hetzelfde wapen, waarmede hij zou geslagt zijn geworden, als ik het niet belet had. De Spanjaard, die ofschoon zwak, zoo moedig was als een leeuw, had dezen Indiaan eene geruime poos bevochten en hem twee wonden aan het hoofd toegebragt; maar de wilde, een kloeke sterke kerel [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch beletten. Equivalent to be- + letten.
Additional Information