bekruisen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bekruisen

The word "bekruisen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bekruisen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bekruisend
Past participle - Verleden deelwoord: bekruist

Cognates

See the 2 cognates of bekruisen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbekruis
jijbekruist
hijbekruist
wijbekruisen
julliebekruisen
zijbekruisen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bekruist
jijhebt bekruist
hijheeft bekruist
wijhebben bekruist
julliehebben bekruist
zijhebben bekruist

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbekruiste
jijbekruiste
hijbekruiste
wijbekruisten
julliebekruisten
zijbekruisten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bekruist
jijhad bekruist
hijhad bekruist
wijhadden bekruist
julliehadden bekruist
zijhadden bekruist

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bekruisen
jijzult bekruisen
hijzal bekruisen
wijzullen bekruisen
julliezullen bekruisen
zijzullen bekruisen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bekruist hebben
jijzult bekruist hebben
hijzal bekruist hebben
wijzullen bekruist hebben
julliezullen bekruist hebben
zijzullen bekruist hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bekruisen
jijzou bekruisen
hijzou bekruisen
wijzouden bekruisen
julliezouden bekruisen
zijzouden bekruisen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bekruist hebben
jijzou bekruist hebben
hijzou bekruist hebben
wijzouden bekruist hebben
julliezouden bekruist hebben
zijzouden bekruist hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbekruis

Verbs similar to 'bekruisen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From be- + kruisen (“to make a cross; to traverse”).

Verbs referencing "bekruisen"

English becross.

Additional Information