begieten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of begieten

The word "begieten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: begieten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: begietend
Past participle - Verleden deelwoord: begiet

Cognates

See the 2 cognates of begieten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbegiet
jijbegiet
hijbegiet
wijbegieten
julliebegieten
zijbegieten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb begiet
jijhebt begiet
hijheeft begiet
wijhebben begiet
julliehebben begiet
zijhebben begiet

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbegiette
jijbegiette
hijbegiette
wijbegietten
julliebegietten
zijbegietten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad begiet
jijhad begiet
hijhad begiet
wijhadden begiet
julliehadden begiet
zijhadden begiet

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal begieten
jijzult begieten
hijzal begieten
wijzullen begieten
julliezullen begieten
zijzullen begieten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal begiet hebben
jijzult begiet hebben
hijzal begiet hebben
wijzullen begiet hebben
julliezullen begiet hebben
zijzullen begiet hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou begieten
jijzou begieten
hijzou begieten
wijzouden begieten
julliezouden begieten
zijzouden begieten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou begiet hebben
jijzou begiet hebben
hijzou begiet hebben
wijzouden begiet hebben
julliezouden begiet hebben
zijzouden begiet hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbegiet

Verbs similar to 'begieten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From be- + gieten.

Verbs referencing "begieten"

Old English begeotan.

Additional Information