bedrinken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bedrinken

The word "bedrinken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bedrinken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bedrinkend
Past participle - Verleden deelwoord: bedrinkt

Cognates

See the 2 cognates of bedrinken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbedrink
jijbedrinkt
hijbedrinkt
wijbedrinken
julliebedrinken
zijbedrinken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bedrinkt
jijhebt bedrinkt
hijheeft bedrinkt
wijhebben bedrinkt
julliehebben bedrinkt
zijhebben bedrinkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbedrinkte
jijbedrinkte
hijbedrinkte
wijbedrinkten
julliebedrinkten
zijbedrinkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bedrinkt
jijhad bedrinkt
hijhad bedrinkt
wijhadden bedrinkt
julliehadden bedrinkt
zijhadden bedrinkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bedrinken
jijzult bedrinken
hijzal bedrinken
wijzullen bedrinken
julliezullen bedrinken
zijzullen bedrinken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bedrinkt hebben
jijzult bedrinkt hebben
hijzal bedrinkt hebben
wijzullen bedrinkt hebben
julliezullen bedrinkt hebben
zijzullen bedrinkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bedrinken
jijzou bedrinken
hijzou bedrinken
wijzouden bedrinken
julliezouden bedrinken
zijzouden bedrinken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bedrinkt hebben
jijzou bedrinkt hebben
hijzou bedrinkt hebben
wijzouden bedrinkt hebben
julliezouden bedrinkt hebben
zijzouden bedrinkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbedrink

Verbs similar to 'bedrinken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From be- + drinken (“drink”).

Verbs referencing "bedrinken"

English bedrink.

Additional Information