bedekken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bedekken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bedekken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bedekkend
Past participle - Verleden deelwoord: bedekt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbedek
jijbedekt
hijbedekt
wijbedekken
julliebedekken
zijbedekken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bedekt
jijhebt bedekt
hijheeft bedekt
wijhebben bedekt
julliehebben bedekt
zijhebben bedekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbedekte
jijbedekte
hijbedekte
wijbedekten
julliebedekten
zijbedekten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bedekt
jijhad bedekt
hijhad bedekt
wijhadden bedekt
julliehadden bedekt
zijhadden bedekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bedekken
jijzult bedekken
hijzal bedekken
wijzullen bedekken
julliezullen bedekken
zijzullen bedekken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bedekt hebben
jijzult bedekt hebben
hijzal bedekt hebben
wijzullen bedekt hebben
julliezullen bedekt hebben
zijzullen bedekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bedekken
jijzou bedekken
hijzou bedekken
wijzouden bedekken
julliezouden bedekken
zijzouden bedekken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bedekt hebben
jijzou bedekt hebben
hijzou bedekt hebben
wijzouden bedekt hebben
julliezouden bedekt hebben
zijzouden bedekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbedek

Translations

  • beplaster, to cover
  • blanket, to cover
  • cake, to coat with a crust
  • carpet, to cover like a carpet
  • comprehend, to cover
  • cover, to cover
  • cover, to conceal or protect
  • engulf, surround; cover
  • hood, cover with a hood
  • line, cover the inside surface of (something)
  • occult, to cover
  • overlap, to extend over and partly cover something
  • suffuse, to spread through or over something, especially as a liquid, colour or light
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afdekken
    plaveien
    verbergen
    verhullen

    Sample Sentences

    • [...] om zijn brood te verdienen, noch tot zulke ingewikkelde zaken, die de ziel van haren vrede, het ligchaam van zijne rust berooven; verwijderd van de knagingen der afgunst, niet verteerd door bedekte eerzucht; aldus wandelt men welgemoed het leven door, smaakt de zuiverste geneugten des levens, gevoelt zijn geluk en leert dagelijks zijn lot meer naar waarde schatten. " Hierop drong hij ernstig [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] Al wat ik doen kon, was te wachten, tot dat het getij op zijn hoogst was, terwijl ik met mijn riem mij nabij den wal hield, en digt bij eene streek vlakken grond, die ik verwachtte, dat het water bedekken zou, gelijk ook het geval was. Zoodra ik water genoeg vond (want mijn vlot had bijkans een voet diepgang, ) bragt ik het boven dien vlakken grond, en zette het daar vast door mijne twee gebroken [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] om mij voor de regens, die hier een gedeelte van het jaar zeer hevig zijn, te beveiligen, maakte ik eene dubbele, namelijk eene kleinere tent van binnen en eene grootere er over heen, en de bovenste bedekte ik met eene presenning, die ik onder de zeilen gered had. (Robinson Crusoe)
    • [...] als een kluizenaar, als een balling uit de maatschappij. Maar ik ben niet verhongerd, en verga niet op eene onvruchtbare plaats, die geen voedsel oplevert. Ik heb geene kleederen, om mij te bedekken. Maar ik ben in een warm klimaat, waar ik naauwelijks kleederen zou kunnen verdragen; als ik ze had. Ik ben genoegzaam weerloos, zonder de middelen, om mij tegen menschen of beesten te verdedigen. [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] mogt heeten, want ik maakte er eenen wal tegen van zoden, van twee voet breed, aan de buitenzijde, en na eenigen tijd (ongeveer anderhalf jaar denk ik ), bragt ik staken er van tegen de rots, en bedekte die met boomtakken, en al wat ik dienstig achtte, om den regen af te weren, die sommige tijden van het jaar allerhevigst viel. (Robinson Crusoe)
    • [...] gedurende welken tijd het schip verbrijzeld werd, en er niets meer van te zien bleef, dan alleen bij laag water het wrak. Ik bragt den dag door met de goederen, die ik gered had, te bergen en te bedekken, opdat de regen ze niet zou bederven. (Robinson Crusoe)
    • [...] tot keuken, tot eetkamer en tot kelder te verstrekken. De tent was mijne eigenlijke woning; maar in het regensaisoen regende het somtijds zoo hard, dat ik er mij niet droog kon houden, daarom bedekte ik naderhand mijn geheele verblijf binnen de palissaden, met lange staken in den vorm van latten, tegen de rots aan liggende, en bedekte die met takken en bladeren. (Robinson Crusoe)
    • [...] zoo hard, dat ik er mij niet droog kon houden, daarom bedekte ik naderhand mijn geheele verblijf binnen de palissaden, met lange staken in den vorm van latten, tegen de rots aan liggende, en bedekte die met takken en bladeren. (Robinson Crusoe)
    • Terwijl ik aldus zat, betrok de lucht alsof het zou gaan regenen, en in minder dan een half uur blies er een allergeweldigste orkaan. De zee was plotseling met schuim bedekt, de golven sloegen over het strand, de boomen werden ontworteld; en deze verschrikkelijke storm duurde omtrent drie uren, toen begon hij te bedaren, en twee uren later was het weder kalm, en begon [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] drooge saizoen was, was er hier en daar naauwelijks water in, althans niet genoeg om het te doen vloeijen. Aan de banken van deze beek vond ik verscheidene zeer fraaije, effene vlakten en met gras bedekt, en waar de grond opliep, en die door het water waarschijnlijk nimmer overstroomd werd, vond ik veel tabak, die tot een zwaren, sterken stengel opschoot. Ook verscheidene andere heesters die ik niet [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch bedecken, from Old Dutch bithekken, from Proto-West Germanic *biþakkjan, equivalent to be- + dekken. Cognate with English bethatch and English bedeck, German bedecken, Swedish betäcka. See: English 'bethatch', English 'bedeck', German, old spelling 'bedecken', Swedish 'betäcka'.

    Verbs referencing "bedekken"

    English bedeck, English bethatch.

    Additional Information