bedanken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bedanken

The word "bedanken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bedanken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bedankend
Past participle - Verleden deelwoord: bedankt

Cognates

See the 4 cognates of bedanken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbedank
jijbedankt
hijbedankt
wijbedanken
julliebedanken
zijbedanken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bedankt
jijhebt bedankt
hijheeft bedankt
wijhebben bedankt
julliehebben bedankt
zijhebben bedankt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbedankte
jijbedankte
hijbedankte
wijbedankten
julliebedankten
zijbedankten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bedankt
jijhad bedankt
hijhad bedankt
wijhadden bedankt
julliehadden bedankt
zijhadden bedankt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bedanken
jijzult bedanken
hijzal bedanken
wijzullen bedanken
julliezullen bedanken
zijzullen bedanken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bedankt hebben
jijzult bedankt hebben
hijzal bedankt hebben
wijzullen bedankt hebben
julliezullen bedankt hebben
zijzullen bedankt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bedanken
jijzou bedanken
hijzou bedanken
wijzouden bedanken
julliezouden bedanken
zijzouden bedanken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bedankt hebben
jijzou bedankt hebben
hijzou bedankt hebben
wijzouden bedankt hebben
julliezouden bedankt hebben
zijzouden bedankt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbedank

Verbs similar to 'bedanken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Ik wil jullie allemaal bedanken voor dit geweldig(e) feest. (I want to thank all of you for this fantastic party.)
  • Quinten besloot om te bedanken voor de aangeboden baan. (Quinten decided to respectfully reject the job that was offered.)

Etymology

From Middle Dutch bedanken. Equivalent to be- + danken.

Verbs referencing "bedanken"

English bethank, Swedish betacka.

Additional Information