baren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of baren

The word "baren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: baren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: barend
Past participle - Verleden deelwoord: gebaard

Cognates

See the 2 cognates of baren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbaar
jijbaart
hijbaart
wijbaren
julliebaren
zijbaren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebaard
jijhebt gebaard
hijheeft gebaard
wijhebben gebaard
julliehebben gebaard
zijhebben gebaard

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbaarde
jijbaarde
hijbaarde
wijbaarden
julliebaarden
zijbaarden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebaard
jijhad gebaard
hijhad gebaard
wijhadden gebaard
julliehadden gebaard
zijhadden gebaard

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal baren
jijzult baren
hijzal baren
wijzullen baren
julliezullen baren
zijzullen baren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebaard hebben
jijzult gebaard hebben
hijzal gebaard hebben
wijzullen gebaard hebben
julliezullen gebaard hebben
zijzullen gebaard hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou baren
jijzou baren
hijzou baren
wijzouden baren
julliezouden baren
zijzouden baren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebaard hebben
jijzou gebaard hebben
hijzou gebaard hebben
wijzouden gebaard hebben
julliezouden gebaard hebben
zijzouden gebaard hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbaar

Verbs similar to 'baren'

Translations

  • birth, to give birth (to)
  • deliver, to give birth
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Zij heeft een zoon gebaard. (She has borne a son.)
    • Dit baart me zorgen. (This causes me worry.)

    Etymology

    From Middle Dutch baren. The a in the stem and the weak inflection are unetymological, but their origin is unknown. The form developed from and displaced the older strong beren (still found in modern ontberen), from Old Dutch beran, from Proto-Germanic *beraną. Ultimately from Proto-Indo-European *bʰer-. See: Proto-Germanic '*beraną'.

    Verbs referencing "baren"

    Low Saxon böhren.

    Additional Information