aromatiseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aromatiseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aromatiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aromatiserend
Past participle - Verleden deelwoord: gearomatiseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikaromatiseer
jijaromatiseert
hijaromatiseert
wijaromatiseren
julliearomatiseren
zijaromatiseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gearomatiseerd
jijhebt gearomatiseerd
hijheeft gearomatiseerd
wijhebben gearomatiseerd
julliehebben gearomatiseerd
zijhebben gearomatiseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikaromatiseerde
jijaromatiseerde
hijaromatiseerde
wijaromatiseerden
julliearomatiseerden
zijaromatiseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gearomatiseerd
jijhad gearomatiseerd
hijhad gearomatiseerd
wijhadden gearomatiseerd
julliehadden gearomatiseerd
zijhadden gearomatiseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aromatiseren
jijzult aromatiseren
hijzal aromatiseren
wijzullen aromatiseren
julliezullen aromatiseren
zijzullen aromatiseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gearomatiseerd hebben
jijzult gearomatiseerd hebben
hijzal gearomatiseerd hebben
wijzullen gearomatiseerd hebben
julliezullen gearomatiseerd hebben
zijzullen gearomatiseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aromatiseren
jijzou aromatiseren
hijzou aromatiseren
wijzouden aromatiseren
julliezouden aromatiseren
zijzouden aromatiseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gearomatiseerd hebben
jijzou gearomatiseerd hebben
hijzou gearomatiseerd hebben
wijzouden gearomatiseerd hebben
julliezouden gearomatiseerd hebben
zijzouden gearomatiseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijaromatiseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information