animeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of animeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: animeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: animerend
Past participle - Verleden deelwoord: geanimeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikanimeer
jijanimeert
hijanimeert
wijanimeren
jullieanimeren
zijanimeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geanimeerd
jijhebt geanimeerd
hijheeft geanimeerd
wijhebben geanimeerd
julliehebben geanimeerd
zijhebben geanimeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikanimeerde
jijanimeerde
hijanimeerde
wijanimeerden
jullieanimeerden
zijanimeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geanimeerd
jijhad geanimeerd
hijhad geanimeerd
wijhadden geanimeerd
julliehadden geanimeerd
zijhadden geanimeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal animeren
jijzult animeren
hijzal animeren
wijzullen animeren
julliezullen animeren
zijzullen animeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geanimeerd hebben
jijzult geanimeerd hebben
hijzal geanimeerd hebben
wijzullen geanimeerd hebben
julliezullen geanimeerd hebben
zijzullen geanimeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou animeren
jijzou animeren
hijzou animeren
wijzouden animeren
julliezouden animeren
zijzouden animeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geanimeerd hebben
jijzou geanimeerd hebben
hijzou geanimeerd hebben
wijzouden geanimeerd hebben
julliezouden geanimeerd hebben
zijzouden geanimeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijanimeer

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

aanmoedigen
inspireren, opwekken, stimuleren

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French animer, itself borrowed from Latin animāre. See: French 'animer', Latin 'animō'.

Additional Information